logon



De heilige Willibrord, apostel der Friezen en beschermheilige van de Nederlanden


1. Oost en West ten tijde van de heilige Willibrord

Eťn van de mythen uit de vroege kerkgeschiedenis is, dat er een grote scheiding zou zijn tussen Oost en West. Deze scheiding bestaat vandaag de dag zeer zeker, maar niet ten tijde van de heilige Willibrord. Laat we naar een paar feiten kijken.

Het christendom begon in het Oosten, in Jeruzalem. Het is een Oosterse of Aziatische religie. De apostel Paulus en anderen brachten het vanuit Jeruzalem naar (het hedendaagse) Turkije, Griekenland, Malta en Rome. Hij schreef dat hij uiteindelijk naar Spanje wilde reizen. De overlevering vertelt dat hij Londen in het Romeinse Brittannia bezocht heeft, vandaar dat de belangrijkste kathedraal in Londen St. Paul's heet.

De eerste eeuwen was de kerk internationaal en verspreidde zich vanuit Jeruzalem, het centrum, zowel west- als oostwaarts. Dit verenigde het hele Middellandse Zeegebied. Dit op zijn beurt breidde zich weer uit in noordelijke richting. Zo werd keizer Constantijn tot keizer uitgeroepen in York, in het huidige Engeland. Ondanks dat hij een Latijnse naam had, sprak hij zowel Latijns als Grieks.

In 325 opende hij in beide talen het eerste oecumenische concilie nabij het Nieuwe Rome, in het hedendaagse Turkije. Dit concilie in Klein-AziŽ werd voorgezeten door een bisschop van de overzijde van de Middellandse Zee, de heilige Osios van Cordova, en werd bijgewoond door delegaties nog verder uit het Oosten. De christelijke hoofdstad werd "Nieuw-Rome" of Constantinopel, op de grens van Europa en AziŽ. Daarom is haar symbool een tweekoppige adelaar, die naar Oost en West kijkt en beide verenigt.

Het Oosten was multinationaal. Natuurlijk was Grieks een erg belangrijke taal, maar er waren en zijn ook belangrijke Orthodox christelijke gemeenschappen onder de Semitische volken: in SyriŽ (denk aan de heilige EfraÔm de SyriŽr en de heilige Isaac de SyriŽr), ArmeniŽ en GeorgiŽ. De heilige Antonius de Grote was een Egyptenaar, en er waren christenen ver in het zuiden van EthiopiŽ, het noorden van Sudan en het hedendaagse Jemen. In die tijd waren er ook veel Orthodoxe christenen in PerziŽ, het huidige Iran. En aan de noordelijke oevers van de zwarte zee bekeerden de Germaanse Gothen zich eveneens tot het christendom.

Het Westen was eveneens multinationaal. Als eerste waren er de "Latijnen" (Romeinse rijk), later ook Germanen, Basken en Kelten. Het zuiden van ItaliŽ was Grieks. In Noordwest-Afrika waren ook veel "Latijnen" te vinden, evenals Berbers. Ook zij waren Orthodoxe christenen. Het Westen was divers, evenals het Oosten. Mensen vragen wel eens naar "de Westerse rite" in de Orthodoxe kerk. Mijn antwoord luidt dan altijd: "Welke Westerse rite?" De Romeinse rite (die zoals alle Westerse riten stamt uit het Oosten, uit Jeruzalem, maar in dit geval tot ons kwam via AlexandriŽ in Egypte), de Gallische rite, de Ambrosiaanse rite in Milaan of de Mozarabische rite uit Spanje? Het Westen was gevarieerd, nŤt zoals het Oosten, en het is een misvatting om een Oost-West-scheiding te zien ten tijde van het eerste millennium. Dat zou zijn alsof we naar het verleden kijken door de ogen van het heden. Laten we nog enkele voorbeelden geven:

Hier niet zo ver vandaan in het huidige Duitsland ligt Trier, toentertijd de administratieve hoofdstad van het westelijke deel van het Romeinse rijk. In de 4e eeuw werd de heilige Athanasius vanuit AlexandriŽ (Egypte) hier naartoe verbannen.

Iemand die van grote invloed was voor de heilige Willibrord, was de heilige Martinus, die eveneens in de 4e eeuw leefde. Hij werd geboren in het huidige Hongarije, groeide op in ItaliŽ en werd heilig verklaard in wat nu Noordwest-Frankrijk is.

Een andere grote heilige Martinus, eveneens geboren in het huidige Hongarije, leefde een monastiek leven in Palestina en werd later bisschop in wat nu Portugal is. Dit is de heilige Martinus van Braga.

Van grote invloed op de heilige Willibrord was het Ierse monastieke leven. Hij leefde 12 jaar in een Iers klooster. En laten we niet vergeten dat de Ierse ascetische gebruiken voornamelijk uit Egypte kwamen, via GalliŽ (Frankrijk).

Toen de heilige Willibrord in Engeland was, was de aartsbisschop van Canterbury een Griek: de heilige Theodorus van Tarsus.

De heilige Willibrord werd tot aartsbisschop gewijd door de paus van Rome, paus Sergius. Het woord paus (pope) is Grieks, en betekent 'papa', vader dus, en tot op de dag van vandaag wordt iedere Orthodoxe priester als zodanig aangesproken. Paus Sergius was overigens een SyriŽr uit het Grieks sprekende deel van Palermo (SiciliŽ), maar zijn familie kwam uit AntiochiŽ.

De paus die de opvolger van de heilige Willibrord (de heilige Bonifatius) aanspoorde het evangelie naar het Germaanse deel van Europa te brengen was de heilige Zacharias, een Griek.

Kortom, de vroege christelijke wereld die wij Orthodox noemen, was eeuwenlang zeer multinationaal. Er was een balans tussen eenheid en diversiteit, die tot ver na de heilige Willibrord in de vroege 8e eeuw voortduurde. De wereld van de heilige Willibrord was een internationale wereld, maar zonder het nationalisme zoals we dat sinds de 19e eeuw kennen. Er waren geen paspoorten, geen identiteitskaarten en scanners. Bedenk maar eens welke vrijheden we heden ten dage niet meer hebben?

2. Andere invloeden in die tijd

Om de heilige Willibrord te begrijpen, moeten we ook kijken naar de volken in zijn tijd. Hij was Engels, maar dat was toen iets anders dan vandaag de dag. Hij was een Germaan, toen de dominerende bevolkingsgroep in West-Europa. In die tijd bestonden er nog geen landen zoals we die vandaag de dag kennen. Duitsland bestond al evenmin als Nederland, Luxemburg of Engeland. Men sprak oud-Engels (Inglish), en niet het moderne English.

De verwarring in modern Engels is eenvoudig te verklaren: Nederlands is in het Engels "Dutch" en "German" is in het Duits "Deutsch". Het is duidelijk dat dit dezelfde woorden zijn. Oorspronkelijk was er dus geen onderscheid tussen beide, net zoals er geen werkelijk onderscheid was tussen Nederlands, Fries, Duits, Deens of Engels. Kunt u zich voorstellen dat een moderne Engelsman werkend als missionaris in Nederland, Duitsland en Denemarken dat doet met alleen zijn eigen taal? Nee, uitgesloten; en toch is dat wat de heilige Willibrord deed, zonder taalproblemen, zelf de Denen begrepen hem. Vandaag de dag zijn modern Nederlands, en zelfs meer nog Fries en Engels talen die zeer met elkaar verwant zijn. Hier is het Onze Vader in oud-Engels:

Faeder ure thu the eart on heofonum, si thin nama gehalgod. Tobecume thin rice. Gewurthe thin willa on eorthan swa swa on heofonum. Urne gedaeghwamlican hlaf syle us to-daeg. And forgyf us ure gyltas, swa swa we forgyfath urum gyltendum. And ne gelaed thu us on costnunge, ac alys us of yvele.

Dit is duidelijk een Germaanse taal, en heeft niet veel weg van modern Engels.

Met de heilige Willibrord begeven we ons in een wereld van eenheid die verloren is gegaan door moderne nationale scheidingen. Neem de Noordzee. Ik woon aan de Engelse oostkust, bij Harwich, 180 km ten westen van Rotterdam. Tot 1914 werd de Noordzee in het Engels de Germaanse oceaan genoemd, en wat is de Noordzee eigenlijk? Feitelijk is het een meer (daarom is het zoutgehalte relatief laag) met een stroming tegen de klok in en zeer ondiep. Zo'n 8.000 jaar geleden bestond zij niet eens, de rivier de Theems mondde uit in de Rijn en stroomde door 'Doggerland', de huidige Noordzee.

Zelfs vandaag de dag zijn Fries en Engels twee zeer aan elkaar verwante Germaanse talen. Ook beide culturen vertonen vele gelijkenissen. Twee van de grootste bedrijven ter wereld zijn Shell en Unilever, beide Engels-Nederlandse bedrijven. Enkel wanneer er overeenkomsten tussen beide culturen zijn, kan zoiets succesvol bestaan. Dit is de reden waarom de heilige Willibrord kwam om het evangelie onder de Friezen te verspreiden, en waarom hij bekend is als de Apostel de Friezen. De Friezen kunnen geen neven van de Engelsen worden genoemd, dat is al te afstandelijk. In werkelijkheid zijn we hetzelfde volk.

De eerste Germanen die gedoopt werden, waren de Franken. Dit kwam door de Romeinse invloed in GalliŽ (Frankrijk is vernoemd naar de Franken die GalliŽ binnenvielen). Het tweede Germaanse volk dat gedoopt werd, waren de Engelsen die bekeerd werden door zowel de Romeinse missies van Gregorius de Grote, als de Ierse missies. De Ieren hadden nooit de directe invloed van Rome gevoeld, maar werden wel beÔnvloed door de Orthodoxe christenen vanuit Romeins BrittanniŽ. Door bijvoorbeeld de heiligen Patrick en David uit Wales, en uit GalliŽ bijvoorbeeld de heilige Martinus en de heilige Johannes Cassianus, en zo door het Egyptische kloosterleven.

De Ieren, samen met de Franken en Engelsen, begonnen hun "buren" te bekeren, de andere Germaanse volken in Europa. Het voorbeeld dat we daarvan hebben is de heilige Willibrord. Een Engelsman die zijn opleiding in Ierland genoten had, en samen met Franken de Friezen tot Christus wilde bekeren. Daarbij moeten we niet vergeten dat in die tijd Frisia geheel Nederland betrof, het zuidelijkst tot Antwerpen. Frisia toen was modern Holland, dat reikte van de Schelde tot de Weser. Het was dus niet de moderne kleine noordelijke provincie Friesland, daarom gebruik ik hier de naam Frisia.

De heilige Willibrord behoorde tot een hele golf van missionarissen die eerst kwam vanuit Ierland en daarna vanuit Engeland, voornamelijk tussen 600 en 800. De drie bekendste namen zijn de heilige Columbanus, de heilige Willibrord en tenslotte de heilige Bonifatius. We mogen hierbij echter niet vergeten dat ze vergezeld werden door een schare monniken en monialen. Deze laatsten speelden een belangrijke rol speciaal in wat nu Duitsland is.

3. Het leven van de heilige Willibrord

a. De voorbereiding (658-690).

Gelukkig hebben we een vroege biografie van de heilige Willibrord, geschreven door een familielid, Alcuin uit York (735-804) die deze schreef in 796. Dit is gebaseerd op een nog vroeger Iers geschrift waarvan het origineel verloren is gegaan. We hebben ook een kalender van de heilige Willibrord met handgeschreven biografische aantekeningen en een biecht, die naar het schijnt door hemzelf zijn geschreven of op zijn minst door hem gedicteerd en gebruikt.

De heilige Willibrord is waarschijnlijk geboren op de 6e november van het jaar 658 in Yorkshire, aan de noordoever van de rivier Humber. Deze mondt uit in de Noordzee niet ver van de huidige stad Hull. Dit ligt recht tegenover de eilanden van Frisia. Zijn vader Wilgils was een vroom man die op latere leeftijd monnik werd en een klein klooster stichtte opgedragen aan de apostel Andreas. Hij werd kluizenaar en werd door de plaatselijke bevolking als een heilige vereerd. De heilige Willibrord ging als kind in Ripon naar de school van het klooster van de heilige Wilfrid, de bisschop van York. Hier werd hij op 15-jarige leeftijd tot monnik gewijd, geen ongebruikelijke leeftijd in die tijd.

In 678 na het vertrek van de heilige Wilfrid uit York, ging de heilige Willibrord vrijwillig in ballingschap naar Ierland. Hier leefde hij twaalf jaar in een klooster met Engelse monniken en daar leerde hij het ascetische Ierse leven, dat was geÔnspireerd door de Egyptische monniken. Deze ascetische praktijken bestonden onder andere uit leven in afzondering en uit het hoofd de psalmen reciteren, met de armen gestrekt in de vorm van een kruis. De Ieren waren grote missionarissen die verbanning beschouwden als 'het groene martelaarschap'. Zo gezien was zelfverbanning naar andere landen een pelgrimage, het toont ons dat we allemaal hetzelfde hemelse thuisland hebben, dat onze bestemming is, ongeacht ons aardse thuisland. Scheiding van ons aardse thuisland is een vorm van ascese, van scheiding van de wereld.

Op deze manier leerde de heilige Willibrord de Engelse praktisch georiŽnteerde vermogens te combineren met Ierse spirituele praktijken. We kunnen deze hele periode uit het leven van de heilige beschouwen als een leertijd, een voorbereiding op wat komen gaat. In Ierland werd hij tot priester gewijd, en hier besloot hij in 690 om naar Frisia te gaan.

Vanwaar deze beslissing om naar Frisia te gaan na twaalf jaar in Ierland? Ten eerste was Frisia zeer bekend in Engeland. De Friezen waren nabije buren en er was veel handel over en weer. Met name tussen de haven van Dorestad nabij Utrecht en Londen, maar ook met andere havens aan de oostkust, waar veel Friezen woonden. Laten we daarbij ook niet vergeten dat de heilige Willibrord uit Oost-Engeland kwam, een gebied dat grenst aan de Noordzee, en op dezelfde breedtegraad als de Friese eilanden lag. We hebben al gezien dat de taal nagenoeg hetzelfde was, maar er waren ook andere, meer persoonlijke redenen. De eerste raadgever van de heilige Willibrord was de heilige Wilfrid, hij was in 678-79 als missionaris kort in Frisia geweest. Zijn abt in Ierland, de heilige Egbert, had altijd al willen gaan. Een priester uit dat klooster, Witbert had twee jaar in Frisia doorgebracht, met weinig succes echter. Abt Egbert had in Willibrord een volgende vrijwilliger gevonden.

Het is duidelijk dat Willibrord veel over Frisia gehoord moet hebben, waar mensen nagenoeg dezelfde taal spraken, maar Christus nog niet kenden. Hoe vanzelfsprekend moet het gevoeld hebben de goede boodschap van Christus naar je eigen "buren" te brengen, die dezelfde taal spraken en leefden in een land vanwaar nog geen 200 jaar (8 generaties) eerder zijn eigen voorouders vertrokken waren richting Engeland.

b. Frisia (690-714).

In het jaar 690, in zijn 33e levensjaar, liet Vader Willibrord Ierland achter zich en reisde via Engeland naar Frisia, samen met elf volgelingen. Dit waren zeer waarschijnlijk Engelse monniken uit hetzelfde Ierse klooster. Ondanks het feit dat meerdere van deze twaalf uiteindelijk zelf bisschop werden of het martelaarschap verwierven, kennen we er slechts ťťn bij naam: de toekomstige heilige Swithbert, die later missionaris zou worden in het gebied tussen de rivieren IJssel en Ems. Later zou hij bisschop van Kaisierswerth in westelijk Duitsland worden, niet zo ver van de heilige Willibrord.

Vader Willibrord en zijn volgelingen staken de Noordzee over en landden nabij Katwijk. Vanuit hier trokken ze verder richting Utrecht, het Romeinse Traiectum nabij de handelsstad Dorestad. Hier ontmoette hij de Frankische heerser over het gebied, Pippijn II, en sloegen ze hun tenten op in het oude Romeinse fort Vecht, vlakbij een ondiep gedeelte van de rivier. De naam Utrecht heeft deze betekenis van "uit-trecht", stroomafwaarts van de doorwaadbare plaats. In het Romeinse Utrecht was al een kleine kerk, in de vroege 7e eeuw gebouwd door Frankische missionarissen.

Het gebied ten zuiden van de Rijn was bezet door de Franken. In het noorden heerste grote nationalistische vijandschap tussen Franken en Friezen. In het noorden en oosten van Frisia verafschuwde de heidense Friese koning Radboud de Franken en alles wat met hen verbonden was, helaas dus ook het christendom. Willibrord zag in dat hij machteloos was zonder de steun van de wereldlijke autoriteit, Pippijn.

Op zoek naar geestelijke steun, bracht Willibrord in 692 een bezoek aan Rome, en aan de Syrische paus, de heilige Sergius I. Hij wist dat hij zowel de steun van de kerkelijke als van de wereldlijke autoriteit nodig had. Sterker nog, hij had een evenwicht tussen deze twee nodig. Hij ontving veel steun van de paus.

We hoeven niet verbaasd te zijn over deze zoektocht naar steun. Als wij een missie naar bijvoorbeeld India wilden starten, zouden we zowel de steun van onze patriarch als van de locale autoriteiten zoeken. Dit is wat missionarissen altijd gedaan hebben, van de heilige Augustinus in Engeland, de heiligen Kyrill en Methodius in MoraviŽ, tot de heilige Nikolaas in Japan. We beginnen geen missies zonder de toestemming van de kerk. We handelen niet alleen, want verlossing komt ook voor ons gezamenlijk.

Vader Willibrord keerde terug uit Rome met relieken en ging op weg naar Antwerpen aan de zuidelijke grens van het Friese rijk. Hier stichtte hij de kerk van de heiligen Petrus en Paulus, een begin was er al gemaakt door het werk van de heiligen Amand en Eloi. Hij bevestigde het geloof aldaar, voordat hij noordwaarts trok om in Frankisch Frisia, Utrecht en de omliggende dorpen het Evangelie te prediken. Vanaf dit moment had Radboud een minder negatieve houding tegenover Willibrord. Zijn dochter zou later zelfs met de zoon van Pippin trouwen in een verbond.

In november 695 was Vader Willibrord wederom in Rome, dit keer op verzoek van Pippijn. Hier werd hij door paus Sergius gewijd tot aartsbisschop. Dit vond plaats twee dagen voor het feest van de heilige Clement, de derde paus van Rome. Willibrord kreeg van paus Sergius de naam Clement. Dit is inderdaad nog zijn officiŽle naam, maar hij is algemeen bekend onder zijn oude naam Willibrord. Maar Clement is nog steeds een passende naam vanwege de apostolische roem van de heilige Clement, zijn geschriften en door zijn verbintenis met de zee, iets wat hem ook met Holland zou moeten verbinden.

Aartsbisschop Willibrord-Clement keerde terug naar Frisia met liturgisch vaatwerk en relieken, die vandaag de dag nog te bewonderen zijn in kerken in Emmerich en Trier. De aartsbisschop had zijn intrek genomen in het Romeinse fort bij Utrecht, aan hem geschonken door Pippijn in ruil voor 10% van zijn inkomsten. De nieuwe aartsbisschop van Utrecht maakte van de stad zijn bisschopszetel. Hij herbouwde de kerk binnenin het fort, en droeg het op aan de heilige Martinus. Martin is vandaag de dag nog steeds een zeer gangbare naam in Nederland. Hij liet in Utrecht ook een kathedraal bouwen en droeg deze op aan de Verlosser.

De keuze om de kathedraal te wijden aan de Verlosser was en is een natuurlijke keuze voor een Christo-centrische missie. Het doet ons eraan denken dat in het Nieuwe Rome de grote kathedraal van de heilige wijsheid van God, Hagia Sophia, ook is gewijd aan de Verlosser, de wijsheid Gods. In Canterbury heeft de heilige Augustinus zijn kathedraal opgedragen aan Christus, Christchurch, en in het centrum van het hedendaagse Moskou is het grote symbool van de overwinning op het communisme de kathedraal van Christus Verlosser.

In 698 kreeg de aartsbisschop een stuk land van de schoonmoeder van Pippijn, abdes van een vrouwenklooster bij Trier. Het landgoed was vlakbij een Romeinse villa in Echternach, nu in Luxemburg. Het zou het grootste en bekendste klooster worden dat gesticht is door aartsbisschop Willibrord en het staat bekend om zijn Echternachse evangelieŽn uit de 8e eeuw. Dit was de plaats waar hij het Ierse monastieke leven kon lijden. Na zijn overlijden en begrafenis aldaar, werd het het centrum van zijn verering en pelgrimages, en een centrum voor de vervaardiging van manuscripten.

Het was gedurende deze periode in de vroege achtste eeuw dat de aartsbisschop de heidense Friese koning Radboud ontmoette, deze toonde meer desinteresse dan vijandigheid. De aartsbisschop reisde ook ver voorbij de Elbe, naar zuid-Denemarken in een poging de mensen daar te bekeren. Hij keerde terug met dertig jonge Denen die hij doopte en onderrichtte. Op de terugweg deed een storm zijn boot stranden op het eiland Helgoland, waar heidense Friezen leefden. Hij doopte er drie, maar een monnik stierf de martelaarsdood door boze heidenen. Koning Radboud bedreigde aartsbisschop Willibrord, maar die antwoordde hem zonder angst en stelde zijn afgoden als demonen aan de kaak. De koning bewonderde hem om zijn moed.

De aartsbisschop predikte rondom zijn bisschopszetel Utrecht, bouwde kerken en kloosters, met geld van Pippijn. Hij wijdde diakens en priesters, waaronder vele Friezen, en wijdde bisschoppen. Hij reisde ondermeer naar Susteren waar hij een klooster stichtte, naar Zeeland en naar Walcheren. Daar vernietigde hij een heidens heiligdom, waarvoor hij een slag op zijn hoofd kreeg en bijna omkwam. Vanuit Echternach bediende hij ook de monialen in Trier, er is daar nog steeds een draagbare altaartafel van de aartsbisschop. We kunnen een Iers element zien in de onophoudelijke reizen van de aartsbisschop.

c. Crisis en herstel (714-739).

Nadat de heidense Friese koning Radboud zijn eigen schoonzoon had laten vermoorden, dus de zoon van Pippijn, in april 714, stierf in december van datzelfde jaar ook zijn rivaal Pippijn zelf. Radboud keerde zich onmiddellijk tegen de Franken, kerken en kloosters werden verwoest, priesters vermoord, en aartsbisschop Willibrord werd samen met zijn monniken verdreven. Ze zochten hun toevlucht in Echternach en wachtten daar geduldig op betere tijden. Vier jaar later, in 719, werd het mogelijk voor de aartsbisschop om terug te keren naar Frisia. De nieuwe Frankische koning, Karel Martel, had de Friese aanval afgeslagen. Radboud was inmiddels overleden, en de aartsbisschop doopte de zoon van koning Karel, de uiteindelijke Pippijn III, beter bekend als "de korte".

Terug in Utrecht concentreerde aartsbisschop Willibrord zich voornamelijk op wederopbouw, met hulp van Karel. Zijn populariteit als preker en doper nam toe, en nu was de tijd gekomen voor herstel en uitbreiding. Hij reisde naar het oosten van Frisia, buiten het door de Franken beheerste gebied, verder dan hij ooit geweest was. Zo werd de heilige Willibrord waarlijk de aartsbisschop van de Friezen, slechts enkele kleine, verafgelegen gebieden in het noorden (het huidige Friesland) liet hij onbekeerd. Gedurende 3 jaar werd hij bijgestaan door een andere Engelse missionaris, Bonifatius, die later bekend zou worden en zijn heiliging zou bereiken als de verlichter van velen in het huidige Duitsland.

Ondanks het feit dat hij de 60 al gepasseerd was, was dit in vele opzicht zijn meest vruchtbare periode. Maar, met het ouder worden, begon zijn kracht af te nemen, en hij delegeerde meer en meer taken. Heel Frisia ten westen van de Zuiderzee was bekeerd tot Christus. Enkele kleine gebieden richting Dokkum bleven heidens. De heilige Willibrord trok zich langzaam terug in zijn favoriete klooster bij Echternach, en het was hier dat hij op 7 november 739 op 81-jarige leeftijd vredig ontsliep in de Heer. Wonderen werden tijdens zijn leven al opgetekend, en dat ging door na zijn dood. Al snel werd hij als heilige vereerd.

De auteur van het leven van de heilige Willibrord, Alcuin, maakte de volgende fysieke beschrijving toen hij op zijn best was: Hij was van gemiddelde lengte, een waardige oogopslag en een knap gezicht. Hij was opgewekt in geest, wijs in raad, prettig in een gesprek, serieus in karakter en energiek in alles wat hij ondernam. Alcuin noemde hem ook de heiligste der vaders en de wijste der leraren.

Er is geen twijfel over dat de heilige Willibrord afhankelijk was van de steun van de Frankische koningen bij het kerstenen van de Friezen. Er is eveneens geen twijfel over het feit dat hij gebruik maakte van geestelijke steun die hem geboden werd door de paus. Het was niets anders dan vanzelfsprekend dat hij de zegen en steun van de patriarch van het Westen had.

Maar het is ook evident dat zonder de eigen inspanning van de heilige Willibrord het verhaal van de kerstening van Frisia er heel anders zou hebben uitgezien. Het feit dat hij niet behoorde tot de natuurlijke vijanden van de Friezen, de Franken, maar dat hij een buitenstaander, een Engelsman was, heeft hem ook zeker geholpen. Zonder de heilige Willibrord zou de kerstening van dit gebied moeilijker zijn gegaan, en zou ook pas veel later hebben plaatsgevonden.

4. Conclusies

Ik denk dat er uit deze drie fases uit Willibrords leven vier belangrijke lessen te leren zijn:

Ten eerste, we zien dat Willibrord zich meer dan 30 jaar voorbereidde op zijn missie, voornamelijk onbewust. We zien hier een besef van lotsbestemming. In zijn missie naar de Friezen volbracht Willibrord de missie die God hem in zijn ziel had ingegeven. We bereiken niets wanneer we niet goed zijn voorbereid. Dit is onze eerste les. En we zien ook de praktische toepassing, voordat Willibrord de Friezen doopte, preekte en onderwees hij hen. Hij bewerkte de akker; eerst zaaien, dan oogsten.

Ten tweede zien we dat de heilige Willibrord het vleesgeworden principe is van een combinatie tussen het praktische en spirituele. In feite zijn zij de twee zijden van dezelfde medaille. In hem zien we het Engelse en het Ierse, de Romeinse organisator en de Egyptische monnik. Hij verwezenlijkte bijvoorbeeld een operationeel hoofdkwartier in Romeins Utrecht, terwijl hij ook een geestelijk centrum als zijn geliefde klooster in Echternach stichtte. De heilige Willibrord toont ons dat, alhoewel wij in de wereld leven, wij niet van de wereld zijn. En diegenen die de noodzaak van deze balans niet inzien en voor de ene of de andere kant kiezen, zoals de Franken later deden, vinden verdriet en ongeluk op hun pad.

Ten derde zien we door het leven van de heiligen dat God zijn werklieden beschermt. Keer op keer werd de heilige Willibrord bedreigd in moeilijke omstandigheden. Hij werkte onder de natuurlijke vijanden van de Franken, terwijl hij door de Franken beschermd werd. Hij bracht een oude heidense religie ten val om het te vervangen door het nieuwe christelijke geloof. Steeds als de bedreiging daar was, leed niet hij daaronder, maar zijn vijanden. Hij was onbevreesd omdat hij het geloof had. En wat hebben we te vrezen? In het slechtste geval wacht ons de dood, en voor christenen betekent dat het paradijs.

Ten vierde en laatste zien we het geduld van de heilige. Hij dacht op lange termijn, in generaties. Toen in 714-715 de heidenen hun agressie toonden leken 25 jaar werk verloren te gaan. Alles leek verloren, maar de heilige keerde terug en begon opnieuw. God gaf hem nog 25 jaar en meer helpers om zijn werk voort te zetten. Pers slot van rekening kunnen we zeggen dat hij die opgeeft, die niet volhoudt degene is die verliest. De heilige Willibrord gaf niet op en daarom won hij de strijd. Dit is een heel belangrijke les voor ons.

Tot op de dag van vandaag wordt ieder jaar op de dinsdag na Pinksteren in de straten van Echternach door geestelijken, leken en pelgrims de dans van de heilige Willibrord uitgevoerd. "Heilige Willibrord bid voor ons" klinkt het. Tot de Tweede Wereldoorlog werd de originele versie van de dans opgevoerd, drie stappen voorwaarts en twee terug. Niemand kent de herkomst van deze dans, maar ik zou een spirituele betekenis willen voorstellen. Het betekent dat we voorwaarts gaan in het leven, maar dat we door onze menselijke zwakheden en zonden ook tegenslag ondervinden. Maar we gaan nooit verder terug, dan we voorwaarts gegaan zijn. Deze dans is symbolisch voor ons geestelijk leven. Laten we niet ontmoedigd raken door tegenslag, in feite zijn we verder voorwaarts dan we ooit geweest zijn. Zolang we niet opgeven, zal ons de eindoverwinning zijn, drie stappen voorwaarts en twee terug.

Dank voor uw aandacht.

Aartspriester Andrew Phillips - Wijk aan Zee, 22 April 2010

Nederlandse vertaling: Sebastiaan Melgers

Klik hier voor de Engelse tekst.







Site Meter